10-06-12

later als ik groot zal zijn

piano stemmen.jpgHerinnert u zich nog de periode in uw leven dat men u om de haverklap vroeg: “en wat wil jij graag worden als je groot zult zijn?” Ik vond dat zo’n onnozele vraag. Ten eerste: die vraag werd mij tot vervelens toe gesteld in een periode dat ik er van overtuigd was dat ik al groot was. Ten tweede: het kon mij op dat ogenblik nog geen zier schelen wat ik later zou worden. Stel dat ik dat ogenblik had geantwoord: “pianostemmer.” Denkt u dat er één iemand mij ernstig zou genomen hebben? Neen toch.

Pianostemmen is niks voor mij. Niet dat ik iets tegen piano’s heb. Als kind had ik een speelgoedpiano, zo’n  blauwgelakte mini vleugel op drie uitschroefbare pootjes. De eerste zes noten van Broeder Jacob is het enige dat het ding ooit geproduceert heeft. Geef toe, piano’s hebben wel wat. Vooral die grote zwarte glanzende vleugelpiano’s hebben iets sierlijk fascinerends. Als ze opgesteld staan in publieke ruimtes is er om de haverklap wel iemand die de klep opent en niet van de glimmende zwarte en witte toetsen kan blijven.

 

Pianostemmen is dus niks voor mij. Niet het feit dat ik mezelf te goed voel om de motten en de muizen onder de toetsen vandaan te halen. Op school behoorde ik tot het groepje dat enkel het refrein mocht meezingen wat ik dan deed met zo veel overgave dat het me de kwade blikken opleverde van de onderwijzer. Neen, gewoon het feit dat ik er zelfs niet in slaagde een do te onderscheiden van een si heeft er toe geleid dat ik op bepaald moment in mijn leven beslist heb om geen pianostemmer te worden. Om totaal andere redenen heb ik op prille leeftijd eveneens beslist om geen grafdelver, geen schoorsteenveger en ook geen olifantentemmer te worden.

 

09:02 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-06-12

de Tjernobyl kanarie

kanarie.jpgHet regende. De dame van mijn gps-toestel leidde me vlekkeloos naar de Kerkstraat 32 in Zwankendamme. Ik parkeerde mijn auto enkele huizen verder. Ik keek op mijn horloge. Acht uur. Net op tijd voor de afspraak. Ik nam een stapeltje papieren die naast me lag op de passagierszetel en las: “bij de bekeruitreiking op het Belgisch Kampioenschap Suskewiet vinkenzetting op 03 juni 2012 heeft Marcel V., voorzitter van de Vrije Vink Zwankendamme en tevens voorzitter van de VZW Kunstvinkeniers zijn vrees benadrukt dat vinkenzettingen stilaan aan het verdwijnen zijn…” Ik zuchtte. Ik stopte de papieren onder mijn jasje en holde tussen de regendruppels door naar het nummer 32. Aan de voordeur hing een handgeschreven briefje: “gelieve hard te kloppen”, wat ik dan ook met volle overtuiging deed. Onmiddellijk hoorde ik een fel gekwetter. Mijn oog viel op een bordje: “hier waak ik, betreden op eigen risico”. Daar waar op dergelijke bordjes normaliter een hond staat afgebeeld, kleefde er een foto van een kanarie. Het gekwetter achter de voordeur werd steeds feller en ik deed een paar stappen achteruit. De voordeur zwaaide open. In de opening verscheen een kranige zeventiger met op het hoofd een grote koptelefoon. Achter hem, in de smalle gang, meende ik vaag een enorme bos gele veren te zien.
“Marcel?” vraag ik.
“Wablieft?” reageerde de man terwijl hij één van de oorschelpen van zijn hoofdtelefoon weg trok.
“Marcel V,” herhaalde ik mijn vraag.
“Ja, jij bent die journalist zeker.”
Ik knikte.
“Kom binnen.”
De man draaide zich om en liep de gang in. Het gekwetter werd oorverdovend. Ik drukte mijn handen tegen m’n oren.
“Suuuus, zwijgen!” riep Marcel.
Het gekwetter hield op. De man liep de woonkamer in. Verstomd bleef ik achter hem in de deuropening staan. In het midden van de kamers stond een enorme knalgele kanarie, wel twee meter groot. De vogel schudde even met zijn veren. Grote pluimen dwarrelden in het rond.
“Mag ik je voorstellen, Suus. Suus zitten!” riep Marcel.
De reuze kanarie liet zich achteloos in een hoek van de sofa vallen, zwaaide zijn vleugels wijd open en zwaaide zijn poten op de salontafel.
“Je moet geen schrik hebben. Hij bijt niet. Hij maakt alleen heel veel lawaai,” lachte Marcel wijzend op zijn hoofdtelefoon. Hij wees me de andere hoek van de sofa. Aarzelend nam ik plaats zonder Suus uit het oog te verliezen.
“Ik kreeg hem van Pjotr, een Tjernobylkindje dat hier een paar jaar kwam logeren tijdens de zomermaanden. Na een paar weken begon hij te groeien, te groeien. Het hield niet op. Hij is helemaal niet agressief, hoogstens een beetje arrogant. En lawaai, man, man, man, lawaai.”
De kanarie geeuwde verveeld en wierp een nonchalante blik in mijn richting.
“Er zijn volgens u dus problemen met de vinkenzettingen”, zei ik van onderwerp veranderd terwijl ik mijn papieren op m’n schoot legde.
“Inderdaad”, antwoordde Marcel, “er zijn er hoe langer hoe minder. Een mooie volkssport staat op punt te verdwijnen.”
“Hoe komt dat volgens jou?” vroeg ik.
“Suzanne!” , antwoordde Marcel, “mijn Suzanne, zij wint alle wedstrijden.”
“Suzanne?” vroeg ik verwonderd.
Op dat ogenblik vloog de keukendeur open. Daar stond een enorme kwetterende vink die de volledige deuropening vulde.
"Mag ik je voorstellen, Suzanne, drie maal Belgisch kampioene vinkenzetting." zei Marcel. "Ze kan suuskewieten als geen ander."
“Ook Tjernobyl? vroeg ik.
“Neen”, antwoordde Marcel, “anabole steroiden, per vergissing, een ganse bokaal…”
Twee minuten later startte ik mijn auto.
“Over honderd meter links af,” zei de vriendelijke dame. Ik gehoorzaamde. Het volgende moment voelde ik een knie in mijn rug en hoorde ik de stem van Helga.
“Schatje, opstaan.”

16:24 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-06-12

Podcast via radiolampen

oude radio.jpgOp de kast staat een oude radio te spelen. Fats Domino zingt zijn onvergetelijke Blueberry Hill. Op de vensterbank zit de dikke zwarte poes te spinnen. De staande klok tikt ééntonig de minuten weg. Maurice dommelt zachtjes in. Zijn hoofd glijdt langzaam opzij. Zijn krant zakt weg op zijn knieën. De kleine Michel zit tegenover hem in de oude schommelstoel. Hij houdt zijn gsm-toestel tegen zijn oor ene gedrukt. In zijn andere zit een ipod-oortje.
“Podcasts worden gedownload op Mac of pc met Juice of  iPodder Sopcast en iTunes,” zegt de jongen, heen en weer wiebelend.
“Wat zeg je jongen?” vraagt Maurice opgeschrikt. Hij duwt zijn leesbril wat naar beneden en kijkt over de glazen heen naar zijn kleinzoon. Geen reactie.
“Vodcast is een combinatie van Vod, wat staat voor Video On Demand, en webcasting of broadcasting. Voorheen werd Vodcast ook wel Video RSS Feed, Videocast, Video Podcast of Vlog genoemd, net als podcasting audio RSS feed en audioblogging werd genoemd.” Even stilte en duidelijk reactie aan de andere kant van de lijn.
“Hmm, ja, dat is het,” antwoordt de kleine Michel onophoudelijk wiebelend.
Opa glimlacht, slaat een pagina van zijn krant om en leest verder. “Love me tender, “ fluistert Elvis Presley zachtjes.
“Vodcasting werkt net als podcasting met RSS 2.0, en kan worden gebruikt met bestaande podcast programma's zoals iPodder en Doppler, die de MP4, MOV, AVI, RM en WMV extensies kunnen koppelen aan mediaspelers. iTunes 6.0 biedt de hoogste integratie van RSS met streaming media-afspeelmogelijkheden.” Michel ratelt verder zonder ophouden.
Louis Primas’ Buona Sera verdwijnt in een steeds feller wordend gedonder op de kast. Michel kijkt verveeld op. Opa staat op en sloft in de richting van de krakende radio. Met zijn vuist geeft hij een fikse tik tegen het ding. Het felle gebrom houdt op.
“In 1912 construeerde Edwin Armstrong de eerste regeneratieve ontvanger, hij gebruikte hiervoor een Audion lamp van DeForest. Deze ontvanger is veel gevoeliger dan de kristalontvanger, doordat een positieve terugkoppeling over de detectorlamp wordt toegepast. Eén nadeel, ze kraken af en toe en je moet ze geregeld een mep geven,” zegt opa glimlachend.
De kleine Michel laat zijn gsm zakken, kijkt verbaasd naar zijn opa, vervolgens naar de oude radio op de kast. Maurice negeert zijn vragende blikken, neemt zijn krant op en laat zich terug in zijn fauteuil zakken. Vanop de kast weerklinkt een vlekkeloze Que sera sera.
De jongen brengt zijn gsm vlug terug aan zijn oor.
"Ja, ja, ik ben er nog," zegt hij vlug.
“Doris Day,” zegt Maurice zonder opkijken.

14:01 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |