03-08-12

Boerkabruintje

boerkabruintje3.jpg

Het rommelt in de sprookjeswereld. Het zit er bovenarms op tussen Sneeuwwitje en haar zeven kabouters. Ik las in de krant dat dwergen willen betogen tegen Sneeuwwitje. Immers, na een show van de Chippendales waar ze danig onder de indruk was van de knappe atletische spierenbundels, ruilde ze haar bende lilliputters in voor zeven van die adonissen. Deze laatsten lieten al weten geen probleem te hebben met de digitale verkleining van hun torso voor zover er niet geraakt wordt aan hun sexapeal. De dwergen zijn op hun pikje getrapt. “We worden over het hoofd gezien”, schreeuwen ze luidkeels. Tja, niet zo moeilijk te begrijpen. Letterlijk en figuurlijk.

 

De zeven krijgen de steun van de ganse dwergengemeenschap die zich verschrikkelijk gekleineerd voelt. De dwergen laten zich echter van hun kleinste kant zien en dreigen er mee het geheim van de appel bekend te maken. Inderdaad, enkel ingewijden weten hoe de prins er in slaagt het stukje appel uit de keel van Sneeuwwitje weet te prutsen.

 

Er bestaan hieromtrent heel wat speculaties: de prins zuigt het stukje appel uit haar keel, de prins wrikt het stukje los met zijn tong, de prins trekt haar zo wild tegen zijn gilet dat het stukje appel uit haar keel schiet. De Heimlich greep uitgevonden door de gebroeders Grimm?

 

De appelhistorie blijkt sowieso een hekel punt los van het dwergenprobleem. De door ons alom gekende Eva, ja die van Adam, heeft een ferme pik op Sneeuwwitje. Pure jaloezie. Ze kan niet verdragen dat haar Adam de laatste tijd al te opvallend rond Sneeuwwitjes rokken draait. Bovendien beschouwt ze de appelhistorie van Sneeuwwitje een flauw afkooksel van haar eigen magistrale beet in de appel waarbij ze Adam en zijn seksgenoten ferm bij hun teelballen heeft genomen. Via haar advocaat eist Eva nu de schrapping van het appelgedoe uit het Sneeuwwitje verhaal. Op haar beurt steekt deze het niet onder stoelen en banken dat ze de kusscène met haar prins spuugzat is. Trouwens is het een publiek geheim dat onze prins het sedert enige tijd erg goed kan vinden met zijn schoonmoeder.

 

Alsof al die heisa nog niet voldoende zou zijn, kwam vorige maand Sharia4Belgium met een eigen Sneeuwwitje versie naar buiten: Boerkabruintje. Kennelijk met weinig succes want van het eigenlijke verhaal blijft er niet veel over. Moet je voorstellen: spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de mooiste van het land. Een spleet met twee ogen?

 

De appel werd vervangen door een dadel en probeer maar eens een kabouterhuisje te verstoppen in de woestijn. Verraderlijke boswachters in djalaba lopen er genoeg rond, maar men heeft alle moeite van de wereld om een prins te vinden, bereid om Boerkabruintje van wie ze uiteraard niet weten hoe ze er uit ziet, te kussen...

 

17:32 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-08-12

Allah op de tatami

alah tatami.jpg

Allah op de tatami. Net op het moment dat ik voor mezelf beslist had niks meer te schrijven over boerka’s, hidjab en hoofddoeken, komt daar Wodjan Ali Seraj Abdulrahim Shaherkani op de proppen. Nog nooit gehoord van Wodjan Ali Seraj Abdulrahim Shaherkani zegt u. Neen toch. Dat is die Saoudische mamzel die uitdrukkelijk eist een hoofddoek te mogen dragen tijdens haar judokampen op de Olympische Spelen.

Feit is dat de dame in kwestie haar goesting heeft gekregen. Haar juwelen zullen bedekt zijn zoals de grote baas het voorschrijft:

en zeg tot de gelovige vrouwen dat zij ook haar ogen neergeslagen houden en hun passies beheersen, en dat zij haar schoonheid niet tonen dan hetgeen ervan zichtbaar moet zijn, en dat zij haar hoofddoeken over haar boezem laten hangen. Als ik dat zo lees dan vrees ik dat wat Wodjan Ali Seraj Abdulrahim Shaherkani betreft, de essentie van de zaak ontbreekt, zijnde het verbergen van de schoonheid. Haar verleidingsniveau heeft immers de grootte van een smeltende ijsberg. Voor haar was er absoluut geen plaats op de catwalk van Giorgio Armani toen deze zijn kledij van de Olympische sporters voorstelde aan het grote publiek. De enigen die ze warm kreeg met haar poezelige voetjes met hoge aaibaarheidsfactor, waren een aantal foot fetishten. Zelfs met jarretellen en op hoge hakken, maakt ze geen enkele kans.

Zij spreekt over haar judokampen, meervoud dus, terwijl ik de mening toegedaan ben dat het bij één kamp zal blijven maar dat doet in feite weinig te zake. Ipon, met of zonder hoofddoek, het zal mij worst wezen. Allah op de tatami. Jigoro Kano, peetvader van de judo, draait zich om in zijn graf.

 

21:32 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning, Sport | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

29-07-12

Alleen maar naar kijken …

alleen maar naar kijken.jpg

 

 

 

 

 

 

De stad is een labyrint, paars, verstikkend en walmend. De twee mannen lopen gearmd, schoorvoetend, door de avond vol plotse reclamelichten. Ze sukkelen langs de gevels als oude venten die in hun broek gedaan hebben. Misschien deden ze dat wel. Oscar boert. Hij denkt aan de whisky en het bier dat ligt te klotsen in zijn maag.

"Gaat het?” vraagt Maurice.

“Waarom?”

“Zo maar.”

 

“We gaan naar de hoeren, hé Maurice.”

 

Ze waggelen en botsen tegen elkaar aan.

 

“Ja Oscar, we gaan naar de hoeren.”

 

“Naar de Van Iseghemlaan?”

 

“Neen, niet naar de Van Iseghemlaan, naar het Hazegras. Er zijn geen hoeren meer op de Van Iseghemlaan.”

 

“Hoe weet gij dat?” vraagt Oscar met rauwe stem.

 

“Er zitten er alleen nog op het Hazegas. Weggestopt. Ze hebben ze weggejaagd op de Van Iseghemlaan,” antwoordt Maurice.

 

“En we gaan er alleen maar naar kijken”, gaat hij verder, “niet aankomen, dat was de afspraak. Niet aankomen! Portefeuille en broek blijven toe.”

 

“Ik heb dorst,” zegt Oscar en hij begint te zingen: “daar mag je alleen maar naar kijken maar aankomen niet, daar mag je alleen…”

 

“Ge hebt al de ganse namiddag gezopen. Hoe kunt ge dan nog dorst hebben?”

 

Oscar haalt zijn schouders op. Zijn hoofdpijn neemt toe. De sterren zwaaien als lampions boven zijn benevelde kop. Een blauwachtige, schimmige cirkel wijst hen de weg. Rode neonletters dansen. Een groezelig gordijn wordt opzij geschoven. Een blonde del met bleke dijen tikt tegen het raam en wenkt. Maurice ziet haar dubbel. Een auto met Franse nummerplaten stopt vlak naast hen en toetert. De deur van het etablissement zwaait open. Een dikke negerin met kort zwart kroeshaar trippelt op hoge hakken over het trottoir. Haar borsten hangen geperst in een veel te kleine BH. De rest zit gewrongen in een zwartglimmend kort leren rokje, gespleten tot aan haar heup. Ze steekt haar hoofd door het raampje van de auto, geeft de chauffeur een klapzoen en gooit iets op de passagierszetel.

 

“Net een dansende roze varkensblaas,” mompelt Maurice, glazig starend naar de dikke hoer. Zijn ogen puilen uit. Hij twijfelt. De auto vertrekt.

 

“Viens ma cherie.” De hoer zet een paar stappen in hun richting. Maurice wijkt achteruit.

 

“Wat zegt ze?” vraagt Oscar met een klevend gehemelte.

 

De negerin slaat haar handen om zijn nek. De zwoele geur van haar goedkope parfum maakt hem misselijk. Zijn knieën knikken. Ze is een stuk groter dan hem. Ze perst zijn gezicht tussen haar enorme borsten. Oscar probeert zich los te maken. Hij hapt naar lucht. De vrouw lost haar greep. Oscar wankelt, eerst een paar stappen achteruit, dan terug vooruit. Hij struikelt en valt tegen haar aan. Ze lacht uitbundig wanneer Oscar, geknield, zijn beide armen rond haar vlezige benen slaat. Ze grijpt hem bij de arm en helpt hem moeizaam recht. Ze trekt hem bij de mauw van zijn jas naar de deur. Hij zwaait achter haar aan.

 

“Neen, Oscar”, roept Maurice, “alleen maar naar kijken.”

 

Zijn vriend kijkt kwijlend om, lacht schaapachtig en verdwijnt in het roze, wulpse decor.

 

“Denk aan Palmire,” roept Maurice hem na en hij laat zich naast de deur op de grond zakken met de rug tegen de muur.

 

“Ik hou van God en Palmire!” roept Oscar lallend.

“Hij schiep de hitsige pastoors, de wulpse nonnen en de hoeren.” Niet nuchter worden, nu zeker niet nuchter worden, bonkt het door zijn hoofd. Nuchter zijn is voor morgen. Morgen bij de koeien en de zwiens. Morgen als de zon schijnt.

 

Krijsende meeuwen met geelgroene ogen pikken de stinkende vuilniszak stuk. In de verte schalt de hoorn van een schip. Een tram ‘buiten dienst’ knarst piepend door het straatje gevolgd door een paar traag rijdende auto’s. Hij staart glazig in de richting van de traag voorbijglijdende lichten. Gordijnen schuiven heen en weer. Een paar illegalen verdwijnen tussen de struiken.

 

“Profiteurs!”

 

“Denk aan Palmire, gij verdomse boer op kloefen,” stamelt Maurice onverstaanbaar. Zijn kin zakt op zijn borst. Hij dommelt. Als zijn billen stijf en koud worden, probeert hij recht te staan maar dat lukt niet. De blonde del komt naar buiten met een sigaret ordinair in de mondhoek. Ze grijpt hem bij zijn bovenarm maar haar vingers glijden machteloos langs de gladde stof van zijn jas. Als hij zijn hoofd wil oprichten schiet er een pijn door zijn schedel. Hij legt voorzichtig zijn wang tegen haar koele nylon kous.

 

“Allez, allez,” zegt ze.

 

Dan komt hij traag overeind, op één elleboog. Het duurt een tijdje. Hij praat tegen het bleke been.

 

“Leven en laten leven, laat de zon schijnen voor iedereen,” mompelt hij. Zijn blik blijft stilstaan bij haar boezem die plastisch chirurgisch vakmanschap uitstraalt. Zij lacht en duwt hem in de richting van de gammele deur.

 

Maurice knippert met de ogen. Oscar zit aan de toog, alleen. De dikke negerin zit een eind verder.

 

En?”

 

“Wat en?”

 

“ ‘k Weet nie? Wat heeft ze gedaan?” Maurice knikt in de richting van de zwarte hoer die een eind verder over de dij van een klant zit te wrijven.

 

“Wat gedaan? Ze heeft niks gedaan.”

 

“Wat hebt gij dan gedaan?”

 

“Ik? Ik heb niks gedaan. Een whisky gedronken. Dat heb ik gedaan.” Oscar nipt aan zijn glas.

 

“Gij gaat naar de hoeren en het enigste wat ge doet is whisky zuipen,” fluistert Maurice.

 

“Alleen maar kijken. Dat hadden we toch afgesproken, alleen kijken, broek toe, portefeuille toe.”

 

De blonde, blijkbaar eentje uit Wit Rusland, komt tussen de beide mannen in staan. Ze legt haar hand op Oscars knie.

 

“Een coupke pour moi mon cherie?” vraagt ze met hese stem.

 

”Niks te coupke,” antwoordt Oscar en hij duwt de hand van de blondine weg.

 

“Kom, we zijn hier weg.” Oscar zet het glas z’n lippen, werpt zijn hoofd in zijn nek en giet de whisky in zijn open mond.

 

“Palmire.”

 

“Palmire slaapt. Wat zou ze anders doen?” reageert Oscar met enige verontwaardiging in zijn stem. Maurice kijkt meewarig naar zijn vriend.

 

“Een hoer, een heks of een heilige.”

 

“Maria Magdalena.” Oscar buldert van het lachen.

 

Beide mannen strompelen naar de deur. Het is inmiddels licht geworden. Buiten is het mooi weer. De zon duwt mistflarden weg. Daar zou je automatisch vrolijk moeten worden. Maar vrolijk zijn de beide mannen niet. Daarvoor zijn ze te dronken. Langzaam lopen zij richting station.

 

“Maria Magdalena was een hoer, geen heilige” zegt Maurice en trapt wild naar een meeuw voor hem op het trottoir. Bijna verliest hij zijn evenwicht.

Oscar is blijven staan. Er verschijnen tranen in zijn ogen.

 

“Palmire, mijn Palmire, dat was een heilige”, snottert hij. “Haar gezicht was witter dan haar jurk. Ze lag daar zo schoon Maurice. Ge had ze moeten zien. Ze had haar trouwkleed aangedaan, een lange witte jurk. Het doet pijn Maurice, hier, hier doet het pijn,” en hij klopt met zijn vuist drie maal hard op zijn borst.

Een hoer schuift het gordijn wat opzij en tikt op de ruit.

 

 

08:45 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |