02-03-12

Infantiele infectie of dyslexie?

Zus had geen geluk, ze lag met Sinterklaas in bed. Zus heeft bolsjes op haar wangen. Grappig hé, die twee versprekingen. Ik heb ze niet uitgevonden. Ik heb ze geleend van Pol V. Pol V. heeft ze ook niet uitgevonden. Hij heeft ook nooit beweerd dat hij ze zelf uitgevonden heeft. Pol was een eerlijk mens. Hij gaf toe dat hij ze geleend heeft van een onschuldig kind uit zijn klas. Pol was onderwijzer, één van vlak na de tweede wereldoorlog. Pol heeft veel zulke dingen geleend. Hij heeft er tenslotte een boek mee gevuld. Een boek vol met schrijfsels zoals: vader drinkt liefst bier en moedermelk en de kippen zaten al op hun eierstokken.
Ooit gehoord van konijnenbrood? Neen? Die heb ik wel zelf uitgevonden. Leuk hé. Zelf een woord uitvinden vinden ik één van de leukste dingen die er bestaat. U begrijpt niet wat konijnenbrood betekent zegt u. Dan bent u waarschijnlijk Nederlander. Natuurlijk neem ik u dat niet kwalijk. Bij jullie zeggen ze krentenbrood. Bij ons in Vlaanderen spreken we over rozijnenbrood. Snellegeitovertreding is er nog ene die ik zelf heb uitgevonden. Een leuke hé. Snap je hem? Snelle, geit, overtreding. Goed gevonden hé. Dan heb je nog woorden zoals gefonografeerd, stiereklinkel en zwaluwachtig, maar die zijn niet van mij. Die komen ook uit een onschuldige kinderpen.
Ik weet niet of Pol V. indertijd besefte dat zijn leerlingen die gefotografeerd, dierenwinkel en zenuwachtig niet konden schrijven, niet dom waren maar een probleem hadden. Misschien heeft Pol ze wel eens uitgelachen. Misschien heeft hij ze wel eens te kakken gezet voor de ganse klas niet wetende dat ze een probleem hadden.
Feit is dat die kinderen geen infantiele infectie dan wel dyslexie hadden. Van dyslexie zal Pol V. waarschijnlijk in zijn tijd nooit gehoord hebben maar dat nemen we hem niet kwalijk.

18:12 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

01-03-12

Schat waar liggen mijn balletschoenen?

pointes.jpg“Schat, heb jij mijn pointes ergens zien liggen?” roept Henk vanuit de slaapkamer.
“Ze liggen in de badkamer naast de douche!” antwoordt Anneke en zucht diep. Luid gestommel in de badkamer.
“Schat, ik vind mijn maillot niet!”
“Die ligt in de slaapkamer, links in de kleerkast.” Anneke zucht nogmals. Haar man heeft totaal geen orde. Volgende maand zijn ze vijftien jaar getrouwd en nog steeds laat hij alles overal rondslingeren. Al honderden keren heeft ze geprobeerd om het hem af te leren. Hopeloos. Gestommel in de slaapkamer.
“Neen Anneke, niet die blauwe, die roze!”
“Je roze is in de was. Draag vandaag maar eens je blauwe.”
“Er zal niks anders opzitten zeker,” reageert Henk met enige ontgoocheling in de stem. Iedereen vindt dat hij zo beeldig staat met het roze ding. Ook Els, zijn dochter, vindt dat.
De deurbel rinkelt.
“Schat, wil jij open doen? Dat zal Marcel zijn. Laat hem even binnen komen. Ik kom zo,” roept Henk naar zijn vrouw. Hij pakt nog vlug wat toiletspullen die hij in zijn sporttas steekt bij de pointes en de maillot. Hij rent de trap af naar beneden. Marcel staat in de gang te praten met Anneke.
“Ha, Marcel. Net op tijd zoals afgesproken. Gaan we dan maar?”
Henk geeft Anneke een vluchtige zoen en duwt Marcel in de richting van de voordeur.
“Ho ho ho, niet zo haastig, we hebben nog alle tijd” reageert Marcel. “En daarbij, heb je je spitzen wel bij?”
“Mijn spitzen?” reageert Henk verbaasd. “Neen, moet dat?”
“Tuurlijk. Dat heeft Chantal toch gezegd vorige week. Wel drie keren zei ze het. Mannen vergeet jullie spitzen niet volgende week, vergeet alsjeblieft jullie spitzen niet.”
Henk draait zich om en kijkt Anneke beteuterd aan.
“Anneke, weet jij mijn spitzen liggen?” vraagt hij aarzelend.
“In de garage, bij je loopschoenen,” antwoordt Anneke diep zuchtend. “Ik haal ze wel even.”
“Herinner jij je dan niet dat Chantal vorige week zei dat we vandaag de grand plié zouden oefenen en dat we daarvoor onze spitzen nodig hebben?" vraagt Marcel.
“t Ja, nu dat je het zegt,” antwoordt Henk.
“Hier je spitzen en laat ze niet in de kleedkamer liggen zoals vorige keer.” Anneke steekt de spitzen in Henks sporttas. Die geeft zijn vrouw nogmaals een zoen en duwt zijn vriend door de voordeur. Ze werpen hun tassen in de koffer van Marcels auto. Twee minuten later rijden ze op de autoweg.
“Grand plié. Ik kijk er naar uit. Dat met die demi plié van vorige week vond ik maar saai.” Henk verbreekt de stilte.
“Geef mij maar de petit allegro en de pas de deux. Die heb ik al goed onder de knie,” antwoordt Marcel.
“Ik hou mijn hart vast voor de grand écart,” zegt Marcel lachend.
“Daar zul jij het met je korte beentjes inderdaad moeilijk mee hebben,’ antwoordt Henk smalend.
Ze verliezen heel wat tijd op de autoweg door de avondspits. Een half uur later parkeert Marcel zijn auto op de parking van de sporthal. Ze rennen naar binnen en kleden zich vlug om. Henk wurmt zich in zijn maillot en huppelt vervolgens op zijn pointes de sportzaal in gevolgd door Marcel op blote voeten met zijn spitzen in de hand. Chantal staat in het midden van de zaal, kijkt ostentatief op haar uurwerk en vervolgens verwijtend naar het tweetal. Langs de muur staan enkele mannen in tutu giechelend toe te kijken.
Een luide bel doet iedereen opschrikken. Ook Henk verschiet en slaat wild om zich heen.
“Henk, het is tijd!” roept Anneke en duwt de wekker af. Ze geeft Henk een flinke por in de rug. Deze kijkt vluchtig op zijn uurwerk. Vijf voor acht. Hij wipt het bed uit.
“Verdorie, binnen vijf minuten staat Marcel hier. We hadden afgesproken om te gaan joggen,” roept Henk naar zijn vrouw terwijl hij naar de badkamer holt.
“Schat, weet jij mijn loopschoenen…” Luid gestommel en een flinke bonk.
“Auuuw, verdikke, wat liggen die balletschoenen van Els hier te doen in het midden van de gang?”

18:12 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-02-12

Interview met Bacchus, hij die zijn volk leerde wijn maken

bacchus2.jpg

 

 

 

 

 

Ik had afgesproken met hem aan de bar in hotel Antigone in Antwerpen, het enige hotel aan de oevers van de Schelde. Zijn schip meerde aan, met meer dan twee uren vertraging.
“Ik weet het. Ik ben te laat, sorry. Staking van de loodsen. Ik had ook wat problemen met mijn bemanning. Lastig man. Ik heb er een paar aan de mast moeten binden. Maar problemen zijn er om opgelost te worden. Vraagt u maar. Wat zegt u? Dat ik een vrouwenzot ben. 't Ja, men zegt zo veel. Mensen zijn achterbaks, mensen roddelen. Je hebt geen idee wat ze allemaal vertellen. Aan dat spelletje doen wij goden niet mee. Wij zijn recht voor de raap.
Akkoord, soms een leugentje om bestwil. Ja, het is juist dat ik Ariadne vond op het strand op Naxos. Ik was er met vakantie en wandelde langs het strand. Daar vond ik haar. Ze lag er hulpeloos, ontredderd, één hoopje ellende. In de steek gelaten door haren Theseus. Wat moest ik doen? Haar achterlaten? En ja, ik werd verliefd op haar. Cupido deed een duit in het zakje. Een pijl in mijn kont van die kleine niksnut en ik had het zitten. Het was liefde op het eerste gezicht en we zijn getrouwd. Dus kom niet vertellen dat we in zonde leefden. De appel valt niet ver van de boom zeg je. Misschien. Mijn vader is beroemd. Je kent hem wel: Zeus. Ik geef toe, ik ben het resultaat van een slippertje. Hij stak het niet onder stoelen of banken dat hij een affaire had met Semele, mijn moeder. Hij heeft haar in brand gestoken zegt u. Klopt, maar dat was een ongelukje. Daar zat Hera mijn stiefmoeder achter, stom jaloers wijf. Dat ik een alcoholieker ben is ook ferm overdreven. Roddels, weeral roddels. Wat zegt u? Foto’s van mij met een wijnkruik op internet. Weet ik niks van. Ze vertellen wel dat er ene was die er ooit in geslaagd om van water wijn te maken. Niks van geloven. Dikke zever en ik kan het weten. Die vent heeft mijn trucje gepikt, niet meer en niet minder. Ik zal een keer vertellen hoe het gegaan is. Wij, goden, houden van een goed feestje. Een keer goed uit de bol gaan. Zuipen en kruipen. En ik zorgde voor de drank. Wijn maken is mijn specialiteit. Door toeval had ik ontdekt dat je van druiven wijn kon maken. Die wetenschap heb ik niet voor mezelf gehouden. Overal ter wereld liet ik de mensen kennis maken met de druif en leerde hen van het sap wijn maken. Wilt u mij nu verontschuldigen. Ik wordt verwacht in Leuven. Privé feestje van de studentenclub de Bacchanten ter mijnen ere.” Bacchus stond op en verliet de bar.
"Ober, kan ik afrekenen?"
"Ja mijnheer, één fles Beaujolais nouveau en één koffie, dat is dan zevenentwintig euro." Ik betaalde.

05:37 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |