22-06-11

Cuba 15 jaar later

Toen ik midden de jaren negentig terugkwam van Cuba, zei ik tegen ieder die het horen wilde: ‘als je ooit nog van plan zou zijn om Cuba te bezoeken, doe het dan nu want eens Fidel er mee kapt krijgen de Amerikanen vrij spel en is alles om zeep’. Cynische figuurlijkheid want in Cuba was op dat moment helemaal geen zeep te vinden.

 

April 2011. Vijftien jaar later, mijn ArkeFly (goedkoop en comfortabel, al zeggen ze het zelf; je hoeft nog net niks extra te betalen voor zuurstofmasker en reddingsvest onder je stoel) vliegtuig landt veilig en wel in Varadero. Ik wou Helga Cuba laten zien vooraleer het te laat was …

 

Fidel besloot de  perestrojka aan zich voorbij te laten gaan en Cuba bleef verweesd achter, gekloot door Amerika en door bijna de rest van de wereld, opgezadeld met Russische antiek in de breedste zin van de betekenis.

 

Na Fidel kwam Raoul en vijftien jaar later hebben ze opnieuw zeep. Niet veel en ze ruikt naar Chinese lotus, maar ze hebben er. Toch blijft het een populair bedelobject. ‘Sabon’ en een wrijfbeweging op de voorarm. Macht der gewoonte waarschijnlijk. Is er wat veranderd behalve het feit dat de vrouwen er niet langer de was hoeven te doen met een papje van de agave wat dan weer voor brandwonden zorgde aan hun handen ? In Havana zijn de camello bussen verdwenen. De dollar hebben ze ingeruild voor de cuc, de peso convertible. De Lokorolo fluit nog steeds zijn liedje. Ché zie je nog op alle hoeken van de straat. Cuba Libre is nog steeds op basis van rum en cola. Hemingway maakt nog altijd reclame voor daiquiri en mojito. Hier rijden meer Amerikaanse oldtimers rond dan waar ook. Je vraagt je af waar ze ze blijven halen.

 

De Buena Vista Social Club levert nog steeds de sound in Havana. Hun stek hebben ze nog altijd aan de Plaza Vieja. Het ouwe mannetje zingt er nog altijd over zijn tandloze obesitastante, één van de laatsten die de sigaren rolde over haar enorme vlezige dijen. Het zal jouw sigaar maar zijn. Tussen haakjes, Cohiba, Montechristo en Romeo y Julieta zijn nog steeds de sigaren die het doen.

 

De kogelgaten in de muren van de Moncada kazerne in Santiago de Cuba zijn nep maar dat waren ze vijftien jaar terug ook al. In de Valle de los Ingenios aan de voet van de Sierra de l’Escambray galopperen de boeren nog steeds op hun kleine snelle paardjes, strohoed en machette aan de riem inclusief.

 

In Cienfuegos is de charismatische Maria del Carmen Iznaga Guillén – die beweert dat ze de nicht is van de bekende Cubaanse dichter Nicolàs Guillén - nog steeds een attractie. Deze plaatselijke diva – wiens leeftijd een groot geheim is – de kruising tussen Josephine Baker en La Esterella beiden zaliger – krijst nog steeds haar liedjes in het Palacio del Valle. Ze slaat nog altijd – af en toe herkenbare flarden – muziek op de vleugelpiano die voor het laatst gestemd werd toen Fidel Castro nog op de lagere school zat.

 

De Cubaan is nog steeds volgzaam en gedisciplineerd. Waar stopt men in hemelsnaam steevast voor een onbewaakte spoorwegovergang, louter en alleen omdat er een verroest bord met PARE staat, wetende dat daar in jaren geen trein meer voorbijkwam.

 

Bimbo’s heten hier mango’s maar je ziet nog steeds geen smsende en gsmende jongeren. Ze praten nog rechtstreeks met elkaar. Hun iPod heeft nog de vorm van een transistorradio. Voordeel: iedereen kan meeluisteren en zo’n ding stop je zo maar niet in je oren

 

Maar David blijft vechten. Het cordon sanitair vertoont barsten. Er is ruimte voor individueel initiatief. Casa particular en paladar deden hun intrede. De vroegere staatswinkels waar bijna niks te krijgen was en is, kregen concurentie. Kapitalisme binnen het socialisme. Marx draait zich om. Raoul belooft nog meer veranderingen. De Cubaan gelooft hem maar zegt ‘verémos’, we zullen zien.

 

Cuba op een steenworp van onbeperkt internet, twitter en facebook. Hoe breng je een Cubaan aan het verstand dat dit niks te maken heeft met verandering. Dus als je ooit nog van plan bent om Cuba te bezoeken, doe het dan nu.

 

08:45 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning, Reizen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-06-11

warme lucht stijgt

Een mens stinkt uit de lichaamsopeningen. We kunnen er niet onderuit. De ene wat meer dan de andere, het ene moment wat meer dan het andere en veelal afhankelijk van eerdere activiteiten. Zelf heb je het soms niet in de gaten wat er uit je gaten komt. Je medemens des te meer. Neem nu die rondborstige Limburgse boerendochter met vettig haar in een staartje gebonden die gisteren voor me zat te stinken in het sportpaleis in Antwerpen. Marco Borsato zal het wel niet geroken hebben. Daarvoor zaten we te ver van het podium. Gelukkig voor hem. Dat mens had een lijfgeur om u tegen te zeggen. Kleffe kaas met een toetje sardines. Akkoord, warmte stijgt en we zaten helemaal bovenaan in de zaal, maar dat is nog geen reden om zo te stinken vind ik. Toen ze voluit armzwaaiend uit de bol ging op de tonen van ‘rood’ was het hek van de dam. Bij ‘wit licht’ ging het van kwaad naar erger en bij ‘dromen zijn bedrog’ was het helemaal niet meer te harden. Voor mij waren die momenten nog draagbaar want ik had voordien wat van Helga’s parfum aan mijn snor gesmeerd. Zelf had de dame er blijkbaar geen last van en haar vriendinnen blijkbaar ook niet. Misschien wel maar ze lieten in ieder geval niks blijken. Mijn buurvrouw had er ook last van. Niet dat we er één woord over hadden maar haar blikken spraken boekdelen. Al bij al mochten we ons nog gelukkig prijzen dat het bij die ene geur bleef want ik had de indruk dat ze naar het einde toe al een keer of drie klaar gekomen was. Het gebruik van een deodorant was haar blijkbaar ongekend of ze was in ieder geval dringend toe aan een ander merk. Ik hoop dat ze dit ooit leest en zichzelf herkent. Ik hoop dat ze op dat ogenblik uit pure schaamte het lef zal hebben om haar hoofd in een kartonnen doos te stoppen waarin al veertien dagen een halve kilo Hollandse kaas ligt te rotten samen met twee kabeljauwkoppen en een halve vergeten kerstkalkoen.

Neen er zijn leukere dingen dan je tijd te moeten doorbrengen bij iemand die zijn omgeving verpest met zijn zweetgeuren en er nota bene zelf niks van ruikt, althans dat wordt beweerd en zal ook wel zo zijn voortgaande op de complexloze ongeremdheid waarmee de dame in kwestie haar zweterige oksels etaleerde.

Als je achter zo een individu staat aan de kassa van een grootwarenhuis heb je nog de mogelijkheid om je te verplaatsen. Die mogelijkheid heb je doorgaans niet als zo’n reukpollueerder tegen je aan staat te drukken op een overvolle autobus of in een lift. Om van te kotsen.

Negers ruiken ook in grote mate onfris, vooral van die dikke negervrouwen met hun gedrapeerde vetrollen. Ik neem het hen niet kwalijk. Het maakt deel uit van hun cultuur en heeft in grote mate te maken met de rotzooi die ze vreten. De kans dat er één voor of naast je zit tijdens een optreden van Marco Borsato is relatief klein.

Ik begrijp dat voetballers na een belangrijke match truitjes wisselen. Wat ik niet begrijp is dat ze het ding aantrekken. Ik begrijp ook niet dat er mensen zijn die geld willen geven, veel geld zelfs, voor een lap stinkend zweet van een ander. Hoe bewaar je trouwens zo’n fetish ? Tussen de geurvreters ? Wat heb je er dan aan ? Kim Clijsters of Tom Boonen die liggen of hangen te stinken in je kleerkast.

Het deel van de hersenen dat geur behandelt, ligt net naast de delen verantwoordelijk voor geheugen en emoties. Dit is waarom onze herinneringen zo sterk in verband staan met geuren. Aldus de wetenschap. Dit zou betekenen dat bij iedere ontmoeting de volgende dagen met iemand met een lijfgeur, ik onbewust aan Marco Borsato zal moeten denken. De man heeft beter verdiend.

22 mei 2011






11:49 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

de eer van oom Sam

2 mei 2011. Santiago de Cuba. Aan de ontbijttafel zegt er iemand : ‘Bin Laden is dood’. Het is even stil. Osama Bin Laden dood, over en out. De Amerikanen hebben hem eindelijk te pakken gekregen, bijna tien jaar nadat hij hen te kakken had gezet voor gans de wereld. De rekening is vereffend. De eer van oom Sam is hersteld. Een morele boost voor de diepgekrenkte trots. De kater is over. De most wanted in zee gekieperd. CNN produceert de ene journalistieke erectie na de andere. Necrofilie in het kwadraat. Speculatie, animaties en gelul over details. Amerika geilt en met hen een deel van de wereld. Niet allemaal natuurlijk. Bin had ook aanhangers, weet je. Wat hadden ze toch zo graag een foto gezien van die duivelskop met een gat er in. Dit beeld is voorbehouden voor de vissen.

Uitgerekend de dag ik met een Cuba Libre kater in de Sierra Maestra, het steile rotspad beklom naar de plek waar in 1956 Fidel Castro en Ernesto Che Guevara hun rebellennest hadden waar ze hun revolutie voorbereidden. Ik sta op historische grond. Uiteraard totaal onbewust dat op hetzelfde moment aan de andere kant van de wereld Osama Bin Laden in zijn schuiloord geëxecuteerd werd. Iemand zin in een spelletje zoek de zeven verschillen of houden we het liever bij gelijkenissen ?

Bin in Pakistan in 2011, Ché in Bolivië in 1967. Je schopt ze beter niet tegen de schenen, die Amerikanen. Abbottab nooit van gehoord mijnheer. Recycleren en composteren heeft Bin de das omgedaan. Geen vuilnisbak buiten zetten en bingo, Big Brother heeft het gezien. Opvallen door niet op te vallen. Domme Bin. Propere jongen zijn in een land waar ze zo maar alles op straat kieperen, dat is om problemen vragen.

Ideoloog of fantast, volksmenner of rebel, wereldverbeteraar of crimineel, vrijheidsstrijder of terrorist, held of duivel ? Wie zal het zeggen ? God of Allah ? Symbool , icoon, vergruisd of opgehemeld ? Uitgespuwd of verafgood ?

Bin heeft er heel wat om het hoekje gebracht of laten brengen maar Ché liet zich ook niet onbetuigd. Weinigen die er bij stil staan of weten dat deze cultfiguur het doodvonnis tekende van 216 mensen. Tussen haakjes, hoeveel weten er dat Ché in 1965 ook de Belgen tegen de schenen heeft geschopt, in Congo wat roet in ’t eten ging gooien en partij koos voor de pro-Lumumba Marxistische Simba-beweging. Hasta la victoria siempre op zijn Congolees, maar dat liedje heeft niet lang geduurd. In ieder geval heeft het nooit op het repertorium gestaan van Les Troubadours du Roi Baudouin.

Onwaarschijnlijk dat Alberto Korda die de beroemde foto van Ché maakte ook Bin te pakken heeft gekregen maar ik ben er van overtuigd dat dank zij één of andere Korda de kop van Bin weldra op T-shirts zal verschijnen.

Misschien wordt Bins schuilplaats in Abbottab ooit een toeristische trekpleister. Toen ik vandaag door het Ché Guevara Memoriaal liep in Santa Clara ging dit even door mijn hoofd. Maar één ding ben ik zeker Bin, als ze ooit voor jou zo’n memoriaal zouden bouwen dan loop ik een blokje rond en met een T-shirt met jouw kop zullen ze me ook nooit zien rondlopen.

09:42 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |