12-03-12

Martha's fauteuil

 

Er verschijnt plots sneeuw op het beeldscherm van het televisietoestel. Marcel zucht.

“Stom kreng, dat is nu iedere keer hetzelfde, als het spannend wordt krijgt die zijn kuren,” sakkert hij.

“Ja pa, wat wil je, dat ding is zeker al twintig jaar oud,” reageert Sylvie, zijn dochter, zonder opkijken. Al haar aandacht gaat naar het lakken van haar vingernagels.

 “Oud, oud, twintig jaar is niet oud en wat mij betreft doet hij het nog goed, behalve, ’t ja, behalve af en toe een keer, zoals nu…,” reageert Marcel terwijl hij zich traag en zuchtend recht trekt uit zijn oude fauteuil. Hij steekt zijn voeten in zijn pantoffels en sloft langzaam naar het toestel. Hij geeft het ding een paar fikse tikken met de vlakke hand. Er verschijnt opnieuw beeld.

“Waarom koop je geen nieuwe, zo’n platte, zo’n flatscreen?” vraagt Sylvie.
“Platte screen, platte screen, ik moet geen platte screen, Sylvieke.”

Sylvie kijkt op. “Het is Sylvie pa, niet Sylvieke. Hoe dikwijls moet ik het nog zeggen?”

Marcel kijkt naar zijn dochter en denkt kakmadam. Rijk getrouwd en van haar leven nog geen klop gedaan. Hij kijkt naar zijn eigen verweerde handen. Hij sleept zich moeizaam terug naar zijn fauteuil en laat zich kreunend zakken in zijn oude zetel.

“Daarbij, voor jullie jongeren, als ’t een paar jaar oud is, is ’t versleten en vliegt het buiten, net als ik.”

“Begin weer niet opnieuw hé pa. We hebben het er tientallen keren over gehad. Je kunt hier niet alleen meer blijven.”

“Oké, ik nader de tachtig, in jouw ogen misschien wel oud maar niet versleten. Bijlange nog niet versleten. Knoopt dat maar goed in uw oortjes, Sylvie…ke.” Marcel legt overdreven de nadruk op de laatste lettergreep van haar naam.

Er verschijnen pretlichtjes in zijn ogen wanneer zijn blik afglijdt naar enkele beduimelde exemplaren van de Playboy helemaal onderaan de stapel kranten in het rekje naast hem. Hij laat zijn beide handen heen en weer glijden over de versleten stoffen leuningen van zijn fauteuil. Hij mijmert. Vroeger waren er twee zulke fauteuils, twee identieke bruine, stoffen fauteuils, één voor hem en één voor Martha, zijn vrouw. Eén links en één rechts van de open haard. Hij pinkt een traan weg. Hij denkt met heimwee aan zijn overleden vrouw.

“Mama’s fauteuil was toch ook niet oud en toch heb je hem laten weghalen,” zegt Marcel verwijtend.

“Maar pa toch, niet oud? Totaal tot op de draad versleten! De stof van de zitting was tot op de draad versleten. De rugleuning was verkleurd. De poten waren stuk gekrabt door de kat. Hij kraakte en piepte. En ja, ik heb hem laten weghalen door de kringwinkel.”

“Het was mama’s fauteuil en ik ben er zeker van dat ze het niet goed zou gevonden hebben dat je haar fauteuil zo maar hebt laten weghalen. Net als alle andere dingen van je moeder die je hebt laten verdwijnen nog voor ze goed en wel begraven was,” zegt hij verwijtend. Sylvie haalt haar schouders op en zwijgt. Die verwijten had ze tientallen keren naar haar hoofd geslingerd gekregen.

Marcel staat recht en loopt naar de achterdeur. Het zonnetje schijnt. Via het tuinpad loopt hij naar het kleine scheefgezakte schuurtje helemaal achteraan in de tuin. Hij neemt een verroeste sleutel van onder een bloempot en opent het deurtje dat piepend en krakend opendraait. Zijn ogen moeten even wennen aan de duisternis. Dan verschijnt een glimlach op zijn gezicht. In de hoek staat een oude bruine stoffen fauteuil. Hij sloft naar de tot op de draad versleten zetel met vergeelde rugleuning die kraakt en piept wanneer hij zich er in laat neerploffen.
“Twee euro heb ik er voor betaald in de kringwinkel Martha, twee euro,” mompelt Marcel. “Voor die prijs kon ik hem toch niet laten staan hé meiske."
Marcel kijkt zijdelings naar de scheurkalender aan de muur van het schuurtje. Twaalf maart. Nog acht dagen.

“Nog acht dagen en dan moet ik naar de home Martha. Maar de directeur van de home is akkoord, de twee fauteuils mogen mee.”

“Paaa, ik ben weg!”

Marcel hoort zijn dochter roepen vanuit de achterkeuken. Hij antwoordt niet. Hij laat zijn beide handen heen en weer glijden over de versleten stoffen armleuningen van de fauteuil en glimlacht.

 

20:07 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-03-12

Boerka of zonnebril

zonnebril boerka.jpgDe lente komt eraan, al zal het niet voor vandaag zijn als ik een blik werp door het raam. Lang leve de lente. Opwaaiende korte zomerjurkjes, strakke topjes, pronte borstjes die vrolijk de wereld inkijken, loshangend haar, naaldhakjes en zonnebrillen. Eén probleem, ik haat zonnebrillen… als er geen zon is. Waarom je leuke snoet verbergen achter een joekel van een bril wanneer de zon niet schijnt.
“U vindt het cool”, zegt u. Inderdaad cool, ijzige westenwind, drie graden koud, donkere wolken en de ene regenvlaag na de andere. Inderdaad, niet cool maar supercool.
“Ik zie er zelfverzekerder uit met een zonnebril op en een stuk afstandelijker.” Tja, lijkt me aanvaardbare uitleg maar je kunt als vrouw, domme mannen ook gewoon negeren. Je hebt daar geen zonnebril voor nodig.
“Mijn zonnebril is zo groot dat iedereen wel naar mij moet kijken en achter mijn verduisterde glazen geniet ik daar van, want heel stiekem geil ik op aandacht.”
Deze versie geloof ik.
Je draagt toch geen BH als je geen borsten hebt. Oeps, mis, ander onderwerp, slechte vergelijking. Opnieuw voor mij. Je draagt toch ook geen paraplu als het niet regent. Waarom dragen mensen dan in hemelsnaam een zonnebril als de zon niet schijnt? Het meest ergerlijke vind ik mensen die hun zonnebril niet eens afzetten zetten als je er mee wil praten. Je kan ze niet eens in de ogen kijken.
Net zo min als u een onbekende vrouw kunt vragen of ze ter kennismaking even onder haar boerka wil uitkomen, kunt u aan een onbekende met wie u in gesprek raakt vragen om zijn of haar zonnebril af te zetten.
Akkoord er zijn mensen voor wie een zonnebril op geregelde tijdstippen goed van pas komt, ook al schijnt de zon niet. Voor mijn vriend Peter bijvoorbeeld die de zondagmorgen, met een stoppelbaard en ongewassen haar, zijn kater probeert te verbergen achter een grote zwarte zonnebril. Of voor Margriet, de buurvrouw van twee verder, die voor de zoveelste keer over de kat is gestruikeld en daarbij met haar hoofd tegen de deur heeft gestoten die net op dat ogenblik open waaide door de wind. Althans dat is de versie van Herman, haar vent die haar ieder jaar een nieuwe zonnebril koopt voor haar verjaardag.
Of misschien toch maar de boerka vervangen door een grote zonnebril.

15:27 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

04-03-12

Bodypaint, met melk en suiker graag

bodypaint.jpg

 

 

 

 

 

Marie, de koffiedame op het bedrijf, heeft duidelijk haar pedalen verloren. Marie was jaren lang een onopvallende grijze muis. Alhoewel, met haar honderd en tien kilo’s ruw gewogen kan men bezwaarlijk van een muis spreken. Het mens heeft weinig geluk gehad in haar leven. Ze had twee dochters, Liselotte en Sophie. Liselotte was niet knap en ook niet lelijk. Toen ze zestien was had ze al een flinke boezem en een spleetje tussen haar tanden. Die boezem had ze van haar moeder. Ze wond de mannen rond haar vinger en van dat laatste heeft ze uiteindelijk haar beroep gemaakt. Het laatste dat Marie van Liselotte hoorde was dat ze werkte in een bar in Parijs. Sophie was twaalf toe ze met haar fietsje in het dorp overreden werd door mijnheer pastoor. Mijnheer pastoor verklaarde dat hij verblind was door de laaghangende zon wat door niemand geloofd werd omdat het ongeval zich voordeed om twaalf uur ’s middags. Wat wel door iedereen geloofd werd is dat mijnheer pastoor even voordien in de Lustige Pekker, de enige resterende herberg in ’t dorp, na de hoogmis, zeven jenevers naar binnen gekapt had. Mijnheer pastoor werd niet vervolgd. Geef toe, er zijn pastoors die ergere dingen gedaan hebben. Hij werd overgeplaatst naar een parochie ver in de Limburg en een maand lag er een brief in de bus met verontschuldigingen van het Vatikaan. Daarmee was de kerkelijke kous af.
Marie was van de oude stempel al vond ze zelf van niet omdat ze thuis graag met haar borsten bloot rond liep. Een overblijfsel uit haar flower power periode van in de jaren zestig en onmiskenbaar beïnvloed door het Woodstock concert waar het “borsten bloot syndroom” werden uitgevonden. Dat Marie thuis met de borsten bloot rond liep was een publiek geheim.
Vorig jaar kwam Marcel, haar man te overlijden. Hij brak zijn nek toen hij Kamiel, hun papegaai, uit de dakgoot wou halen. Kamiel hadden ze geërfd van haar ouders. Het beest had dus een respectabele leeftijd en kon twee woorden zeggen: “blote borsten”. Marie verdacht hun buurman Jef van de sabotage van de ladder. Jef heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij verliefd was op de borsten van Marie. Gluren bij de buren, dat deed Jef gegarandeerd als Marie topless in haar tuin lag te zonnen. Toen hij de dag na de begrafenis van Marcel voor de zoveelste keer een poging ondernam om Marie’s hart te veroveren – of althans datgene wat haar hart in de weg zat – gaf ze hem een lel in zijn edele delen, zo hard dat hij de daaropvolgende weken enkele octaven hoger zong.
Na de dood van Marcel kwam ze alleen te staan en besloot ze haar leven drastisch te veranderen. Ze verkocht de stacaravan in Blankenberge en kocht met de opbrengst honderd krasloten van de Nationale Loterij. Ze had geluk, niet genoeg geluk om de rest van haar leven te kunnen rentenieren, maar voldoende om een jaar verlof zonder wedde te kunnen nemen. Met haar beste vriendin trok ze voor een maand naar Benidorm. Toen beiden verliefd werden op dezelfde Engelse weduwnaar zat het spel op de wagen. De vriendschap was uit en Marie besloot een cruise rond de wereld te maken. Aan boord van het luxe schip werd ze verliefd op Ricardo, een dekmatroos van Siciliaanse afkomst die beweerde een neef te zijn van Adamo. Hij sprak een paar woorden Nederlands. In ieder geval voldoende om Marie’s borsten in te palmen. Lang heeft hun geluk niet geduurd. Tijdens een geweldige storm ter hoogte van de Kaap de Goede Hoop sloeg Ricardo overboord. Je ziet, Marie was voor het ongeluk geboren.
Toen ze enkele weken terug thuis was, begon ze zich stierlijk te vervelen. Marie had geen hobby en haar beste vriendin woonde nu in Londen, ja diezelfde van Benidorm. Toen ze bij de kapper in enkele magazines bladerde werd haar aandacht getrokken door een artikel over bodypaint. “Dat is het”, dacht Marie, “dat is iets voor mij”. Ze zocht wat meer informatie via internet en kwam terecht op een site “bodypaintmodellen gezocht”. ’s Anderdaags trok ze naar het opgegeven adres en een uur later liet ze zich gewillig beschilderen. Nog een uurtje later liepen er blauwe kikkers over haar borsten, stond er een tijgerkop op haar rug en slingerde een python zich rond haar dijen. Dat vond ze geweldig. Marie hield van dieren. Sinds die dag liep ze niet alleen met haar borsten bloot.
Toen ze op maandag laatstleden terug op het werk verscheen en met haar koffieronde startte, had niemand onmiddellijk in de gaten dat de kop van het nijlpaard geen print was op haar truitje. Vooral de plaatsing van de ogen van het dier was perfect geslaagd.

19:56 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |