28-06-12

de kat van Brusselmans

brusselmans kat 2.jpgDe wereldberoemde Vlaamse schrijver Herman B doet zijn kat weg. Het dier moet weg omdat het niet overeen komt met zijn hond. Dit is de officiële versie. Zij die Herman B kennen weet dat hij maar al te graag de kat in het donker knijpt en het zou me geen zier verwonderen dat Seinfeld – zo heet de poes – absoluut niet in het donker wou geknepen worden. Het zou uiteraard ook kunnen dat Herman na een nachtje stappen, na het uitschoppen van zijn schoenen met zijn blote tenen in een plas kots van de kat beland is.

Ondanks het feit dat hij naar eigen zeggen stapelzot is op het poesje en zijn brede lezerspubliek weet ondertussen maar al te goed dat Herman B stapelzot is op poezen, heeft hij de kat dus teruggestuurd naar de Poezenboot. Dat is een opvangboot voor gedumpte en verwaarloosde katten in Gent.

Hij kon zijn kat ook naar Tania D M gestuurd hebben, zijn ex die het spuugzat was dat Herman B hele dagen poezen pakte. Ze liet hem zitten met zijn verzameling roze kattenbakken. Zuivere, kraaknette, ongebruikte roze  kattenbakken want Herman liet zijn kat in de tuin van de buren schijten. Maar hij hield zich nauw aan zijn principe: stuur nooit je kat naar een vrouw, zelf niet naar je ex-vrouw.

Hij kon de kat ook onder een auto gegooid hebben hebben en dan aan de wereldberoemde Vlaamse kunstenaar Bart Jansen verkocht hebben om er een Seinfeldcopter van te maken. Neen, poezenvriend Herman B bracht Seinfeld naar de Poezenboot waar de poezenmadam beloofd heeft dat het een speciale behandeling zal krijgen. Herman B heeft haar op zijn beurt beloofd haar volgende week achterwaarts in de poes te naaien.

 

 

 

14:49 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-06-12

bij de nonnen op de schoot

bij de nonnen op de schoot 01.jpg

Ik hield niet van de kleuterschool, ook niet van de kleuterschool in de Stokerstraat in Oostende. Vijfendertig kleuters in een vaalbruin geschilderd lokaal met vochtige groene vloertegels en angstzweet op de ruiten. IJskoud in de winter, snikheet in de zomer. Stilzitten met onze handjes op de tafel. Bij de speeltijdbel, twee rijen samengeknepen billetjes. Vaak kwalijke geurtjes ondanks het feit dat wie naar de kleuterschool ging, zijn sluitspieren onder controle moest hebben. Pampers bestonden nog niet.

 

Ik was in de kleuterschool wat men noemt, een notoir bleiter, met als resultaat dat ik geregeld bij de nonnen op de schoot moest. Dat mocht, want ik had mijn sluitspieren wel onder controle. Ooit al eens bij een non op de schoot gezeten? Waarschijnlijk niet. Was niks leuks aan. Trouwens, waar vind je nu nog een non, laat staan één waar je bij op de schoot kunt gaan zitten. Misschien wel een ongewijd exemplaar op hoge hakken en met jarretellen in één of ander fetish clubje.

 

Nonnen, een bijna uitgestorven soort. En zij die er nog rondlopen – doorgaans een flink eind boven de versheidsdatum – hebben van hogerhand formeel verbod gekregen om wie dan ook op de schoot te nemen. Dat hebben ze uiteraard te danken aan die mannelijke collega’s die hun poten niet konden thuishouden.

 

Voor zij die nog nooit op de schoot van een non gezeten hebben, je hebt niks gemist. Een troostende knuffel van een ongeschoren non met een harige wrat op haar neus is niet iets om erg naar te verlangen. Knappe nonnen bestonden er niet, hebben trouwens bij mijn weten nooit bestaan. Jonge nonnen bestonden wel maar werden angstvallig in de kerkelijke catacomben bewaard tot een stuk na de rijpingsdatum. En als er dan iets knaps aan zou gezeten hebben, werd dit in ieder geval aan elk wellustig oog onttrokken teneinde geen begeerten op te wekken. Iets in de aard van: gelovige vrouwen moeten hun ogen neerslaan en hun kuisheid bewaken, en hun sieraad niet tonen, behalve wat daarvan zichtbaar is. En zij moeten hun sluiers over hun boezem dragen en hun schoonheid niet openlijk tonen. Waar hebben we dat nog gehoord? De wereld is toch klein, nietwaar.

 

Neen, met mijn teder lijfje tussen de plooien van het stijve kloostergewaad getrokken worden, was geen pretje. Ze waren ook niet allemaal even vriendelijk, die nonnen. Ze lieten graag duidelijk blijken dat zij het goddelijk gezag vertegenwoordigden. De ruimte naast het kerkelijk pad was niet begaanbaar. Willen of niet, de pap met de gouden lepels zou je eten. Daar zouden zij wel voor zorgen. Zo’n non sprak je aan met ‘zuster’, niet met ‘non’. Geef toe, dag zuster klinkt beschaafder dan dag non. Voor de rest herinner ik me bitter weinig van mijn verblijf in de kleuterschool, waarschijnlijk omdat ik er maar weinig verbleven heb.

 

Ik was nog geen zes toen ik de overstap maakte naar de lagere school. Eindelijk het serieuze werk. In onze wijk had je twee scholen, op een boogscheut van elkaar: het kaloten college links, de stadsratten gemeenteschool rechts. Per vergissing schreef m’n vader me in bij de stadsratten. Zou mij worst wezen. Het was enkel wat wennen. Het kerkelijk pad was hier onbestaand, de houten regel op je vingers pure realiteit. Ik was verlost van de nonnen.

09:49 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-06-12

hup Holland hup

oranje 01.jpg

Men zegt wel eens dat Vlamingen een hekel hebben aan arrogante Hollanders. We hebben inderdaad een hekel aan die gasten met een groot bakkes die heel veel lawaai maken, zuipen en zingen "hup Holland hup" de ganse dag door, een oranje of zalmroze hemdje dragen, fel blond of rosse haren hebben en luisteren naar de naam Johnny, Kees of Pim. Mafkezen die het niet kunnen laten om oergeluiden te maken tijdens het eten van hun junkfood uit de muur en als ze ooit op bedevaart gaan naar Antwerpen, gegarandeerd tegen de kathedraal zeiken. Wie zei ooit: "Wat een plompe geest! Ik verdenk hem ervan een Hollander te zijn." Juist, inderdaad, uitgerekend Erasmus, zelf een Nederlander. Maar veralgemenen is niet netjes. Feit is dat ik tijdens mijn vele reizen in gezelschap van Nederlanders nog nooit één arrogante noorderbuur heb ontmoet.

Nogal wat Hollanders kunnen flink chauvinistisch zijn. Je zou bijna medelijden krijgen met hen maar dat vind ik een stap te ver. Hoog van de toren blazen, jezelf tot winnaar bombarderen en dan keihard op je bek gaan … Dat is er zelf om vragen. Ambitie moet, bescheidenheid is voor verliezers en arrogantie mag als je het op de juiste manier gebruikt. Ik las dat Van Marwijk zei dat arrogantie je sterker maakt. Zal wel, maar dan moet je het ook waarmaken. Het verleden biedt immers geen garantie op de toekomst. Misschien had Van Marwijk beter eventjes voor het slapen de bijbel in zijn hotelkamer genomen en vers 16:18 gelezen: hooghartigheid gaat vooraf aan ellende, hoogmoed komt voor de val.

Blijft wel een raar volkske die Hollanders in de ogen van nogal wat Vlamingen. Smeren tonnen oranje verf in het rond die ze er nu diep ontgoocheld en met veel moeite er mogen afhalen. Op de snelwegen richting westen worden massa’s oranje sleurhutten gesignaleerd welke horden Van Marwijkhaters zo snel mogelijk huiswaarts brengen. De Poolse cultuur kan hen gestolen worden.

Ik vrees dat er vandaag nogal wat Belgen rond lopen met een flink pak leedvermaak na de uitschakeling van d’Hollanders. Eén feit is zeker: zonder de Belgische revolutie in 1830 zouden wij Vlamingen, reeds drie maal de finale van een wereldkampioenschap voetbal hebben gespeeld en één keer Europees kampioen geworden zijn.

 

 

 

18:50 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning, Sport | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |