13-06-12

Rottweiler of Chihuahua

chihuahua.jpgIk zat vorige zomer lekker in het zonnetje te genieten op een terrasje aan zee. Aan het tafeltje naast mij zaten twee dames van zekere leeftijd, ontegensprekelijk tweelingen. Ze droegen beiden hetzelfde paarse kleedje, hetzelfde fluo gele jasje. Beiden droegen hetzelfde piepkleine leesbrilletje met roze montuur. Opvallend was bovendien dat beiden naast zich een poppenwagen hadden staan. Dit wekte uiteraard mijn nieuwsgierigheid. De dames waren naar mijn bescheiden mening immers ver de leeftijd voorbij dat ze nog met poppen zouden spelen. Lang hoefde ik niet te wachten. Eén van hen boog zich over de wagen, murmelde enkele liefkozingen daar verscheen het kopje van een piepklein hondje. De dame in kwestie viste het ding uit de wagen en plaatste het op haar schoot. Dit was blijkbaar het sein voor haar zuster om hetzelfde te doen. Ik kon een glimlach niet onderdrukken. In feite zou er moeten een afzonderlijke benaming bestaan voor diertjes zoals deze. Ze ‘hond’ noemen is in feite een belediging voor het ras. Beide droegen een jasje. Ja , je raadt het al een fluo gele jasje en van beiden zat het hoofdhaar samengebonden met een roze strik. De dame die het dichtst bij me zat merkte mijn belangstelling en zei: “Chihuahua.”
Ik mompelde iets in de aard van “ah, ja”. Ik was niet erg vertrouwd met hondenmerken.
“Paris Hilton heeft er ook zo eentje,” ging de vrouw verder.
“Oh, ja,” zei ik nogmaals.
“Fifi, ze heet Fifi,” zei de dame.
“De mijne heet Loulou,” ging haar zuster verder.
Fifi en Loulou. Natuurlijk. Andere namen voor zulke murmels bestaan er niet. Je kunt zo’n ding moeilijk Loebas of Tarzan gaan noemen.
De dienster bracht een leeg kommetje dat ze naast het tafeltje van de dames op de grond zette. Eén van hen goot een half flesje Vittel water in het kommetje.
“Ze hebben een gevoelige spijsvertering en verdragen geen kraantjeswater.”
Fifi en Loulou werden op de grond gezet. Eén van hen rende naar me toe en beet me venijnig in de kuit. Ik schrok uiteraard en riep: “Au, mevrouw uw hond bijt.”
“Natuurlijk bijt zij”, reageerde de dame, “ze bijt altijd naar mannen.”
Ik schopte het ding van me af dat keffend terug naar zijn baasje liep.
“Ze bijt alle mannen die ze tegen komt”, herhaalde de vrouw, “want ze haat mannen.”
Honden lijken op hun baasje, wordt wel eens gezegd maar dat was het toppunt. Ik wreef over mijn pijnlijke been.
“U moet zo niet verontwaardigd kijken, mijnheer. Wees blij dat ze geen Rottweiler is. Dan had u andere gepiept.”
Ze draaide zich om. Ik was sprakeloos.

 

06:21 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

grappig verhaal en zo herkenbaar!

Gepost door: Han van Nimwegen | 13-06-12

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.