07-06-12

de Tjernobyl kanarie

kanarie.jpgHet regende. De dame van mijn gps-toestel leidde me vlekkeloos naar de Kerkstraat 32 in Zwankendamme. Ik parkeerde mijn auto enkele huizen verder. Ik keek op mijn horloge. Acht uur. Net op tijd voor de afspraak. Ik nam een stapeltje papieren die naast me lag op de passagierszetel en las: “bij de bekeruitreiking op het Belgisch Kampioenschap Suskewiet vinkenzetting op 03 juni 2012 heeft Marcel V., voorzitter van de Vrije Vink Zwankendamme en tevens voorzitter van de VZW Kunstvinkeniers zijn vrees benadrukt dat vinkenzettingen stilaan aan het verdwijnen zijn…” Ik zuchtte. Ik stopte de papieren onder mijn jasje en holde tussen de regendruppels door naar het nummer 32. Aan de voordeur hing een handgeschreven briefje: “gelieve hard te kloppen”, wat ik dan ook met volle overtuiging deed. Onmiddellijk hoorde ik een fel gekwetter. Mijn oog viel op een bordje: “hier waak ik, betreden op eigen risico”. Daar waar op dergelijke bordjes normaliter een hond staat afgebeeld, kleefde er een foto van een kanarie. Het gekwetter achter de voordeur werd steeds feller en ik deed een paar stappen achteruit. De voordeur zwaaide open. In de opening verscheen een kranige zeventiger met op het hoofd een grote koptelefoon. Achter hem, in de smalle gang, meende ik vaag een enorme bos gele veren te zien.
“Marcel?” vraag ik.
“Wablieft?” reageerde de man terwijl hij één van de oorschelpen van zijn hoofdtelefoon weg trok.
“Marcel V,” herhaalde ik mijn vraag.
“Ja, jij bent die journalist zeker.”
Ik knikte.
“Kom binnen.”
De man draaide zich om en liep de gang in. Het gekwetter werd oorverdovend. Ik drukte mijn handen tegen m’n oren.
“Suuuus, zwijgen!” riep Marcel.
Het gekwetter hield op. De man liep de woonkamer in. Verstomd bleef ik achter hem in de deuropening staan. In het midden van de kamers stond een enorme knalgele kanarie, wel twee meter groot. De vogel schudde even met zijn veren. Grote pluimen dwarrelden in het rond.
“Mag ik je voorstellen, Suus. Suus zitten!” riep Marcel.
De reuze kanarie liet zich achteloos in een hoek van de sofa vallen, zwaaide zijn vleugels wijd open en zwaaide zijn poten op de salontafel.
“Je moet geen schrik hebben. Hij bijt niet. Hij maakt alleen heel veel lawaai,” lachte Marcel wijzend op zijn hoofdtelefoon. Hij wees me de andere hoek van de sofa. Aarzelend nam ik plaats zonder Suus uit het oog te verliezen.
“Ik kreeg hem van Pjotr, een Tjernobylkindje dat hier een paar jaar kwam logeren tijdens de zomermaanden. Na een paar weken begon hij te groeien, te groeien. Het hield niet op. Hij is helemaal niet agressief, hoogstens een beetje arrogant. En lawaai, man, man, man, lawaai.”
De kanarie geeuwde verveeld en wierp een nonchalante blik in mijn richting.
“Er zijn volgens u dus problemen met de vinkenzettingen”, zei ik van onderwerp veranderd terwijl ik mijn papieren op m’n schoot legde.
“Inderdaad”, antwoordde Marcel, “er zijn er hoe langer hoe minder. Een mooie volkssport staat op punt te verdwijnen.”
“Hoe komt dat volgens jou?” vroeg ik.
“Suzanne!” , antwoordde Marcel, “mijn Suzanne, zij wint alle wedstrijden.”
“Suzanne?” vroeg ik verwonderd.
Op dat ogenblik vloog de keukendeur open. Daar stond een enorme kwetterende vink die de volledige deuropening vulde.
"Mag ik je voorstellen, Suzanne, drie maal Belgisch kampioene vinkenzetting." zei Marcel. "Ze kan suuskewieten als geen ander."
“Ook Tjernobyl? vroeg ik.
“Neen”, antwoordde Marcel, “anabole steroiden, per vergissing, een ganse bokaal…”
Twee minuten later startte ik mijn auto.
“Over honderd meter links af,” zei de vriendelijke dame. Ik gehoorzaamde. Het volgende moment voelde ik een knie in mijn rug en hoorde ik de stem van Helga.
“Schatje, opstaan.”

16:24 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.