06-05-12

Eendenboel

 

eend.jpgAls kind nam mijn moeder me vaak mee wandelen in het stadspark. We gingen eendjes voeren, iets waarvoor vandaag de dag, ouwe vrouwtjes nog net niet geëxecuteerd worden. Op een dag zag ik twee mannetjeseenden, ook wel woerden genoemd, een vrouwtjeseend aanranden. Het leek er op dat ze het vrouwtje probeerden te verzuipen. Twee tegen één betekende een aanslag tegen mijn jeugdig rechtvaardigheidsgevoel en ik besloot de woerden aan te vallen. Deze vlogen op waarop het vrouwtjeseend volgde, maar wat schetste mijn verbazing? De vrouwtjeseend begon een soort van café-au-laitkleurige, geleiachtige substantie te lekken tijdens het opvliegen. Het beest was aan het schijten! De blubber spatte open op het mooie jasje. Stank voor dank was hier wel erg toepasselijk.

Later, in mijn pubertijd, toen met de opkomst van de Chinese restaurants in onze contreien het aantal eenden dat een geglaceerd einde toebedeeld kreeg, spectaculair steeg, groeide bij mij een sterke sympathie voor dit gevleugelde dier, het uitsterven nabij. Midden een identiteitscrisis startte ik een actieclub: red de eend. Doelstelling: het behoud van de eend in al zijn facetten. Ik vond de eend sterk onderbelicht in onze samenleving en gerust wat meer aandacht mocht krijgen in de media. Ik gooide kraaienpoten op de weg rond de vijver en stopte kauwgom in het sleutelgat van het Chinees restaurant om de hoek. Op de keerzijde van restanten behangpapier tekende ik red-de-eend-affiches met viltstiften en in de plaatselijke bakkerij mocht ik een plastiek badeend plaatsen waar ik een gleuf had in gesneden. Het maximale bedrag die mijn spaareend ooit heeft opgebracht bedroeg 17,25 toenmalige Belgische franken. Ik kende de pastoor goed en voor dat luttele bedrag was deze bereid een mis op te dragen aan alle eenden die dat jaar de overkant van de straat niet haalden en eindigden als een platte vormloze zwarte pannenkoek van de straatstenen gepikt door de kraaien en de eksters.

Ik geef toe, ik heb toen de kat van het Chinees restaurant vergiftigd. Het spleetoogkrapuul vrat zich dik met jonge eendjes. De Chinees zelf liet een week later de geest. Of hij had van het vergiftigd kattevoer gegeten, of hij had zijn dooie kat opgevreten. In paniek gooide ik heel mijn eendenboetiek in de vuilbak. Zo kwam er een bruusk einde aan mijn groen engagement. Sedert die dag bleef mijn interesse voor de eendenwereld beperkt tot de tekenfilms van Donald Duck.

Enkele weken terug kruisten ze terug mijn pad. We kregen er twee in de tuin, een koppel. Knus en idyllisch, dobberend op onze vijver. Eén nadeel, die beesten schijten de boel onder. Dus heb ik ze vriendelijk en met aandrang verzocht mijn erf te verlaten. Ze leken het eerst niet goed te begrijpen maar na een paar doortastende handelingen die ik hier niet ga vernoemen teneinde gaia niet wakker te maken, vlogen ze toch op. Ik kon nog net wegduiken en de café-au-laitkleurige, geleiachtige substantie ontwijken die de vrouwtjeseend tijdens het opvliegen in mijn richting lanceerde.

 

08:47 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.