26-04-12

Jarretellen en geloof in god

boerka 2.jpg 

Ooit  was lingerie een vies woord. Ooit was er de tijd dat beha’s en jarretellen  gedoemd waren tot een onzichtbaar bestaan onder dikke lagen kuise kleding. Met ijzeren baleinen en driedubbel gestikte lappen van katoen of canvas werden de borsten uit de greep van de zwaartekracht gehouden. Het ritueel van het aantrekken van de vale, vleeskleurige nylon kousen had iets magisch. Ik herinner me als kind, mijn moeder die haar rok opschortte, ging zitten en haar nylons pakte. Die werden opgerold tot synthetische donuts. Vervolgens stak ze zorgvuldig haar tenen in de voet van de kous. Ze rolde langzaam en met behagen de kous langs haar been omhoog tot aan het wit van haar dijen. Ze zocht en vond de open platte stukjes metaal van haar jarretel, legde die tegen het nylon en drukte er een rubberen verdikking doorheen. Vooral bij het stukje dat uiteindelijk ergens achter haar dij verdween, maakte ze sierlijke bewegingen. Daarna controleerde ze de gladheid en spanning van het glanzende nylon, draaide nog even en schoof tenslotte tevreden haar rok omlaag.

 

Ik vind de jarretel één van de meest opwindende attributen die ooit op onze aardkloot werd uitgevonden. Mijn bewondering dient enigszins genuanceerd. Gedrappeerd rond de behaarde benen van geile travestiet doet het mij niks en het indertijd geflodder rond de magere, melkwitte benen van mijn buurvrouw Palmire zaliger, die met de sierlijkheid van een manke berggeit op en van haar fiets sprong, had enkel invloed op mijn lachspieren.

 

Haar man, Oscar, ook zaliger,  was een hevig bewonderaar van de jarretel. Hij was de gelukkige en benijdenswaardige bezitter van een verzameling softerotische foto’s van dames met visnetbeha’s, netkousen en jarretellen, die hij bewaarde in een vergeelde schoendoos diep verscholen tussen de gebinten van de hooizolder. Uitgerekend dezelfde hooizolder waar Oscar als jonge adonis, jarenlang de degelijkheid en de deugdelijkheid van de jarretellen van zijn Palmire heeft uitgeprobeerd. De dag dat Palmire haar jarretellen inruilde voor pantys was een zwarte dag in de erotische analen van Oscar. Hij vloekte en sakkerde toen zijn prille nazaten hun doel volledig mistten en roemloos ten onder gingen, gestikt in de fijne mazen van het nylon. Toen Palmire pertinent weigerde haar tot de draad versleten en met paperclips bijeengehouden jarretellengordel terug in gebruik te nemen, besloot Oscar niet langer van haar diensten gebruik te maken en zich te wenden tot de dametjes van plezier.

 

Zijn eerste en tevens laatste bezoek aan een lustoord, eindigde in mineur bij een vouw van een jaar of zestig, gezicht als een geit die dringend moet ontwormd worden, met veloverschot onder de armen, veloverschot aan haar buik, veloverschot aan haar heupen, een zitvlak drie maal zo breed als haar schouders, vaalgrijze huidskleur, overdosis schmink. Maar ze doeg leren botjes, jarretelles en een kort leren rokje. Toen ze weigerde haar jarretellen aan te houden is Oscar er kwaad weggelopen echter niet zonder een visitekaartje met foto van het gedrocht mee te gritsen. Deze foto betekende de start van zijn verzameling en ook van een nieuw leven, teruggetrokken op zijn hooizolder.

 

Op zekere dag zei ik hem al lachend dat ik als schrijver met een beetje gezonde fantasie – sommigen zullen het hebben over perverse fantasie -  maar al te graag Kim Clijsters en Venus Williams het terrein zou laten opdraven in jarretellen en op hoge hakken met een gegarandeerde stijging van de kijkcijfers tot gevolg. Er volgde een lange stilte, verzonken gedachten en tenslotte een brede glimlach. Hij nam me mee naar zijn hooizolder en toonde me fier als een gieter zijn verzameling glitter en glamour anno jaren zeventig en tachtig. Hij glunderde bij zijn paradepaardjes, Brigitte  Bardot en Sofia Loren.

 

De dag daarop gaf ik hem een poster van een Moslima, gekleed in niqaab. Ze poseerde voor een helblauwe achtergrond. Eén genaaldhakte voet troonde op de zitting van een driepootkrukje. Een split in de zijkant van de boerka liep van de grond, langs haar knie, over haar dij om te eindigen, hoog op haar heupbeen. Zwarte netkousen werden met jarretelles opgehouden. Tussen de kous en een lichtblauw kanten broekje, waarvan net een glimp zichtbaar was, zag je een stukje bloot been. Prachtig roze.  Een paar prachtige groene amandelogen keken ons verleidelijk aan via een smal venstertje in de hoofddoek. Oscar was sprakeloos. Het zweet parelde op zijn gegroefde voorhoofd. Met vier verroeste duimspijkers bevestigde hij de poster aan enkele houten balken van zijn hooizolder.

 

Alsof een vrouw niet meer is dan een lijf. Nee, maar dat lijf is toevallig wel voor mannen het mooist denkbare. Erotiek is een semi-religeuze ervaring. Ik geloof niet in god, maar als ik een mooie vrouw ontmoet twijfel ik wel eens.

 

16:25 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

21-04-12

voetbaltrainers en koeienvlaaien

koeienvlaai.jpgMen zegt dat een voetcoach in een maatpak beter presteert dan een coach in een trainingspak. Want spelers zouden beter luisteren naar een stropdas langs de zijlijn. Spelers zouden de tactische inzichten van een trainer hoger inschatten als hij een deftig pak draagt. Beweren dat spelers beter zouden luisteren naar een maatpakfiguur lijkt mij regelrechte onzin. De stropdascoach straalt meer tactische kennis uit. Larie en apekool als je het mij vraagt.
Nochtans, je ziet ze meer en meer verschijnen in de dug-outs: maatpak om de heupen, lakschoentjes aan de voeten, dasje in de clubkleuren en ernstige blik waarvan men uit gaat dat ie respect afdwingt. Geen blijk van emoties behalve wanneer het scoren van een doelpunt het aantal nullen op de eigen bankrekening flink doet stijgen. Wat is er mis met het trainingspak? Waarom moeten ze nu zo nodig gaan paraderen als parvenu’s, weggelopen van de één of andere Italiaanse catwalk?
Als ik ze zo bezig zie moet ik soms denken aan Roger, een voetbaltrainer uit het dorp in mijn jeugdjaren. Hij woonde alleen, in een klein armtierig huisje aan de rand van het dorp. Hij was vrijgezel, had genoeg aan zijn kippen, zijn geiten en zijn voetbalploegje. Roger droeg geen maatpak. Roger had geen maatpak. Hij had enkel een trainingspak, zo’n loszittend slobberend ding met gaten aan de ellebogen en groene vegen op de knieën. God weet waar hij het pak vandaan had.
Roger had geen voetbalschoenen. Hij had enkel rubberen laarzen. Die kwamen hem goed van pas. We speelden op een terrein waar door de week de koeien op graasden. Het was Roger die de koeien van de weide haalde en het was Roger die met een oude verroeste schop de vlaaien van het veld verwijderde. Met zijn lange grijze baard leek hij eerder op Sinterklaas dan op een voetbalcoach. Roger zette de koffie en Roger stond achter de toog van de kantine.
Eén keer verscheen Roger met een wit hemd en een rode das op het veld. Het hemd was een paar maten te groot. Op de boorden van het hemd stond in zwarte letters eigenhandig geschreven: café Centrum, de naam van ons clublokaal. Ons ploegje bengelde veelal aan de staart van de rangschikking maar dat had niks te maken met de trainerscapaciteiten van Roger.

15:42 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |