01-02-12

Met een lamme vlerk in Valmorel

Een paar weken terug, kort na mijn operatie aan de schouder reisden we naar het Franse Savoie waar Helga zal skiën en ik lekker niksen, niet omdat ik niet kan skiën maar wel omdat ik nu éénmaal niet mag skiën. Ons hotelletje ligt in Le Crey, een onooglijk gat op de flank van de berg, twaalf huizen, zeventien vaste bewoners. Niemand herinnert zich nog de laatste geboorte. Vorig jaar waren ze nog met achttien. Le vieux Maurice verdween tussen kerst en nieuwjaar 2010. De andere Creyezen dachten dat ze hem in de lente wel zouden vinden, ééns alle sneeuw gesmolten zou zijn. Maar Maurice was en bleef verdwenen. Maurice was in 1946 en 1947 topscorer van het toenmalige voetbalteam FC Le Crey. FC Le Crey was in die tijd de aartsrivaal van FC Le Pré. Le Pré is een al even onooglijk gat gelegen op amper vijfhonderd meter van Le Crey, enkel gescheiden door de baan die naar het hogergelegen, enkele kilometers verdere Valmorel leidt. Het was in die tijd en trouwens ook vandaag nog om zeer begrijpelijke reden niet erg makkelijk om in de bergen een terrein te vinden van een goeie honderd meter lang en vijftig breed dat horizontaal ligt. Een dergelijk veld dat min of meer aan deze voorwaarden voldeed lag op grondgebied van Le Crey. Le Crey en Le Pré deelden het veld. Het veld moest enkele jaren terug plaats ruimen voor de skipiste Blanchot. Sedert 25 juni 1947, de dag dat Maurice in buitenspel zijn laatste doelpunt scoorde voor Le Crey is het nooit meer goed gegaan tussen beide dorpjes.

Maurice kreeg toendertijd voor zijn prestatie twee medailles die hij de rest van zijn leven zou blijven dragen net als zijn voetbalschoenen. Maurice deed zijn voetbalschoenen nooit uit. Twee maal verliet hij Le Crey. In 1967 en in 1989. Toen reisde hij telkens naar Abertville om er nieuw voetbalschoenen te kopen. Mogelijks is Maurice terug naar Albertville om nieuwe voetbalschoenen maar in dat geval blijft hij toch wel erg lang weg.

Le Crey ligt op een boogscheut van Valmorel. “Elle est bonne” zeggen de Valmorezen. Daarmee bedoelen ze niet hun befaamde Beaufortkaas, maar wel de kwaliteit van de sneeuw. Het witte tapijt knarst onder onze voeten. Door mijn lamme vlerk ben ik gedoemd tot wandelen en ploeteren door de sneeuw. Geen koeien op de piste. Valmoreleze boeren halen hun koeien binnen als het sneeuwt. Valmoreleze koeien staan op stal in de winter. Sombere, donkere naar amoniak stinkende stallen. Met hun poten diep weggezakt in de drek, rot stro en de zeik want de mesthoop is ondergesneeuwd en blijft ondergesneeuwd. De toeristen houden niet van mesthopen, toch niet van Valmoreleze mesthopen. In de zomer is het anders. Zomertoeristen houden van mesthopen. Het blijkt dat in Valmorel de mesthopen het meest gefotografeerde onderwerp is bij de zomertoeristen. Wintertoeristen houden niet van koeiestront op hun smetteloze skipakken. Daarom moeten de koeien op stal en mesten de Valmoreleze boeren hun stallen niet uit.

Geen koeien op de pistes, wel dikke vrouwen. Op de skipistes hebben alle vrouwen een dikke kont, zelfs zij die normaal geen dikke kont hebben. Op de pistes zit zelfs in het meest strakke skipak, een gewatteerde, ogenschijnlijk, dikke kont. Valmoreleze boeren kijken met bewonderende blikken naar de voorbijglijdende konten. Zij zien liever glijdende toeristenkonten dan hun eigen koeienkonten. Valmoreleze boeren zijn gezonde mannen. De berglucht doet hen goed. Zij wuiven naar de konten. De konten wuiven niet terug.

De arrogantste konten horen toe aan de Russische vrouwen. Sinds Valmorel Club Med heeft binnengehaald glijden arrogante niks en niemand ontziende Russische konten over de Valmoreleze pistes. Valmoreleze boeren kijken graag naar die glijdende roebelkonten die de kassa’s doen rinkelen. Ik behoor niet tot de mannen die zich graag laten overglijden door een arrogante Russische kont. Ik hou niet van Russen en bijgevolg ook niet van hun konten, zelfs niet van een Russische vrouwenkont. Wat hebben Russen verloren in Valmorel ? Waarom bouwen die Russen geen Club Med in Siberië. Daar hebben ze toch sneeuw genoeg.

Een Franse vrouwenkont kan mij wel bekoren maar niet in Valmorel. In Valmorel is zelfs een Franse vrouwenkont dik. Naar het schijnt zijn de Franse vrouwenkonten aan de Cote d’Azur wel te pruimen. Maar ik hou nu éénmaal meer van sneeuw dan van zand, dus moet ik het noodgedwongen stellen met dikke konten.

Wij zakken tot aan onze knieën in de diepe maagdelijk witte, vlekkeloze sneeuw. Zeer geregeld wordt de witte perfectie bruusk verstoord door een bruine drol aan de rand van het pad. Natuurlijk vandalisme ten top. “Een hond ?” vraagt Helga, de neus ophalend. Waren het keutels geweest, dan was het mysterie vlug opgelost geweest. Keutels horen bij berggeiten en berggeiten zijn de enige die hier mogen loslopen, althans met de goedkeuring van de toeristen. Maar het waren geen keutels, dus weet ik veel, maar gezien ik haar ooit heb wijsgemaakt dat ik alles weet, kan ik mij niet veroorloven haar vraag te ontwijken. Ik weet dat de drol van een grote hond doorgaans veel gelijkenissen vertoont met die van de homo sapiens. “Een mens”, antwoordt ik geamuseerd kijkend met een uitgestreken gezicht en wachtend op de volgende multiplechoicevraag: “man of vrouw ?” Ik gok op mannelijk.

Op dat ogenblik worden we rakelings voorbijgegleden door een Russische koe gevolgd door haar perestrojka stier. Het pas is smal en Igor gooit alle remmen dicht. De sneeuw stuift hoog op en hij komt vlak voor ons tot stilstand. Schaapachtig zoals alleen Russen kunnen kijken, kijkt hij me aan en blikt vervolgens naar beneden naar de bruine drol die aan zijn rechter skilat kleeft. Voor mij het overduidelijke bewijs dat de drol er hoogstens een half uurtje voordien gedeponeerd werd zo niet zou ie bevroren zijn geweest en weggekapulteerd door de skilat. Igor kijkt me opnieuw aan, met opengevallen mond. Een vodkawalm bereikt m’n neusgaten. Zijn blik heeft iets onheilspellend, idem de getrokken mond in zijn breed Russische bakkes. De aanblik van de bruine drol, een overjaarse brownie, verwrongen op de skilat van die Rus, je zou voor minder in een lach uitbarsten.

“Kapoba”, mompel ik verontschuldigend, mijn lach onderdrukkend en wijzend op de skilat, alhoewel ik me totaal niet verantwoordelijk voel voor zijn onwelriekende aanvaring. Kapoba is één van de drie Russische woorden in mijn woordenboek en je gelooft het of niet : het betekent koe. Hoe ik dat weet ? Zo maar. Wanneer je vreemde talen leert moet je toch met iets beginnen. Ik wou in feite hond zeggen in het Russisch maar zo ver reikt m’n kennis van deze taal niet.

Het kan zijn dat mijn uitspraak niet correct is. Mogelijks heeft kapoba nog een andere betekenis welke in huidige situatie volledig misplaatst ervaren wordt door Igor. In ieder geval, Igor begint te briesen als een stier. Zijn koewijf een eind verder heeft totaal niet door wat er gebeurt en begint te krijsen zoals enkel Russische wijven kunnen krijsen. Een typisch kenmerk voor Russische wijven : als hun vent gromt beginnen zij te krijsen omdat ze dan normaal gezien een pak slaag verwachten. Ik merk vanuit mijn ooghoeken dat ze zo heftig krijst dat ze wegglijdt. Igor is eventjes afgeleid. Het moment voor mij om enkele passen bergopwaarts achteruit te zetten. Op deze manier kom ik schuin achter hem te staan en dat zal achteraf bekeken een goeie zet blijken te zijn.

Ik moet duidelijk op weinig begrip rekenen van de Russische hulk voor mij. Ik tover een onschuldige lach op mijn uitgestreken gezicht en zeg op de vriendelijkst mogelijke toon : “stinkende Rus stom bakkes vet zwijn dikke stront …”

Helga proest het uit. Ik ben er uiteraard van overtuigd dat Igor geen fluit verstaat van wat ik zeg. Dat hoop ik toch en daar lijkt het althans op, voortgaand op de stomme blik waarmee hij afwisselend mij en Helga vragend aankijkt. Zijn aantal hersencellen is duidelijk omgekeerd evenredig met het aantal roebels in zijn portefeuille. Ik wijs voorzichtig naar de bruine smurie op zijn skilat en ga verder met een uitgestreken gezicht : “…mislukt toendraproduct arrogante vuile vieze kozak…”

Ik besef te laat dat het woord kozak er te veel aan is. Igor haalt briesend uit, zwaait met zijn skistok woest achterwaarts in mijn richting. De logica van de zwaartekracht doet hem de das om. Hij pivoreert stuntelig op zijn drolvrije ski. Na een swung van negentig graden gaat Igor eerloos op zijn bek. Ik strompel nog enkele passen achterwaarts buiten zijn bereik. Helga huppelt snel rond het verslagen Russisch varken heen. Samen ploeteren we hand in hand, uitbundig lachend, de helling op met volle besef dat Igor ons op geen enkele manier kan achterhalen.

Een half uur later zitten we in de gezellige gelagzaal van Chalet du Crey slurpend aan een glas hete wijn.


PS : iedere gelijkenis met bestaande personen berust op toeval met uitzondering van Igor, de Rus. Van Maurice zijn we het niet zeker. Mijn dank gaat in de eerste plaats naar mijn controlegeneesheer die mij de toelating gegeven heeft om naar het buitenland te gaan tijdens mijn ziekteverlof. Zonder hem had ik nooit kennis gemaakt met Igor.

16:51 Gepost door Guido De Greef in Blog, Boeken, Ontspanning, Reizen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.